Informatie voor professionals

Het Specialistisch Centrum Ontwikkelingsstoornissen is gespecialiseerd in de diagnostiek en behandeling van volwassenen met een autismespectrumstoornis (ASS) of ADHD en ernstige bijkomende problematiek en voorgeschiedenis, zodanig dat de beschikbare reguliere specialistische zorg niet meer toereikend is.
Het biedt zowel ambulante zorg en behandeling als klinische, dit laatste wordt geboden in de klinische afdeling HCMC, een hoogspecialistische afdeling specifiek voor mensen met een autismespectrumstoornis en eventuele bijkomende problemen (waaronder ADHD, maar ook bijvoorbeeld trauma, dwang of depressie).

Het Specialistisch Centrum Ontwikkelingsstoornissen hanteert een specifieke visie op ASS. Het beschouwt ASS als een deels aangeboren, deels verworven kwetsbaarheid van een persoon in zelfregulatie en betekenisverlening in afstemming met zijn of haar fysieke en sociale omgeving. Zelfregulatie houdt in: in staat zijn om de interactie met de eigen omgeving zodanig af te stemmen dat iemand zich kan voorzien in de eigen noden, behoeften en interesses. Als zelfregulatie goed gaat, wordt de omgang met de met de wereld en anderen als min of meer betekenisvol ervaren. Als het niet goed gaat, verliest de interactie met de wereld om iemand heen haar betekenis en loop iemand vast. Als dit lang aanhoudt, wordt het leven erg zwaar en ontstaan er klachten.  

Diagnostiek
Tijdens een diagnostiek traject bij het Specialistisch Centrum Ontwikkelingsstoornissen worden niet alleen de klachten en klinische kenmerken van ASS geïnventariseerd, en de vraag of er sprake is van ASS, maar wordt met name antwoord gegeven op de vraag hoe dit geheel te begrijpen is als een langer bestaand probleem in zelfregulatie en betekenisverlening. Hierdoor kunnen de klachten en kenmerken worden geïntegreerd tot een inzichtelijk geheel, waarin de ontwikkelingsgeschiedenis en de interactie met iemands context centraal staat. Een belangrijk onderdeel hiervan is dat gedachten of gedragingen die door iemand zelf of door anderen als een probleem wordt ervaren (denk bijvoorbeeld aan piekeren, dwang, zelfverwonding of middelengebruik) worden opgevat als (falende of beperkende) pogingen tot zelfregulatie. Op deze manier wordt de functie van de gedachten en het gedrag duidelijk en kan samen worden gekeken naar onderliggende behoeften en hoe de interactie met de omgeving op een andere manier vorm kan worden gegeven om aan deze behoeften tegemoet te komen. 
Diagnostiek wordt dis verricht op basis van een integrale aanpak, dat wil zeggen dat de diagnostiek breed is georiënteerd en het niet alleen gaat om het bevestigen of verwerpen van een diagnose of een classificatie. Het is vooral gericht op het formuleren van een accuraat verklaringsmodel, waaruit een adequate behandeling kan voortvloeien. Deze visie betreffende diagnostiek is ook overgenomen in de landelijke richtlijn voor diagnostiek bij Autismespectrum stoornissen. Onderdeel van een diagnostisch traject kan zijn psychiatrisch onderzoek, (neuro) psychologisch onderzoek en verpleegkundig onderzoek.