Het effect van sociale vaardigheidstraining bij volwassenen met een autisme spectrum stoornis

Onderzoeker(s): Drs. A. Booij, GZ-psycholoog, Transfore, Dimence, Drs. E. de Groot, projectmanager ROM, Dimence Groep, Drs. R. van den Brenk, GZ-psycholoog/systeemtherapeut, Dimence, Dr. B.B. Sizoo, hoofd Centrum Ontwikkelingsstoornissen, Dimence
In kader van: Opleiding tot klinisch psycholoog
Samenwerking: Specialistisch Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen, Deventer
Duur: mei 2013 - dec 2014
Status: afgerond
Informatie: Annemarie Booij, a.booij@dimence.nl

Abstract

Aanleiding: Er is weinig onderzoek gedaan naar het effect van een sociale vaardigheidstraining bij volwassenen met ASS. In de Multidisciplinaire richtlijn diagnostiek en behandeling van autisme spectrum stoornissen bij volwassenen (2013) staat dat op grond van het beschikbare onderzoek men een sociale vaardigheidstraining niet kan aanraden. In een recent onderzoek van Van Essen e.a. (2014) werd wel een positief effect van de training gevonden, onder andere op de spannings- en frequentie schalen van de Inventarisatielijst Omgaan met Anderen (IOA). Dit effect was door de beperkte steekproefgrootte echter statistisch niet significant.

Methode: In dit onderzoek zijn 34 patiënten met ASS die een sociale vaardigheidstraining (svt) hebben gevolgd, vergeleken met 29 patiënten met ASS die een andere behandeling kregen. Patiënten vulden voor de behandeling de Positieve Uitkomsten
Lijst (PUL), de Brief Symptom Inventory (BSI) en de Social Responsiveness Scale for Adults (SRS-A) in, en deden dit opnieuw na tien weken. Deelnemers aan de svt vulden vooraf twee doelen voor de training in, en evalueerden deze doelen na de training.

Resultaten: Uit analyse van de gegevens door middel van t-toetsen blijkt dat bij de svt-groep de score voor sociaaloptimisme, een sub-schaal van de PUL, significant toeneemt, terwijl er geen significante toename is bij de controlegroep. Wat
betreft de subschaal autonomie zijn er bij beide groepen geen significante verschillen. De totaalscore van de BSI neemt significant af bij de controlegroep, terwijl dit bij de svt niet het geval was. De totaalscore op de SRS-A en de scores op alle
schalen, namen significant af bij de svt-groep, terwijl bij de controlegroep alleen de score op de schaal sociale communicatie verbeterde. Patiënten gaan door het volgen van een svt sociaal beter functioneren, terwijl dit bij andere vormen van behandeling alleen op een deelgebied van het sociaal functioneren het geval is. De klachten namen niet af door deelname aan een svt, terwijl door andere behandelingen de klachten wel afnamen. Van de doelen die patiënten bij de svt vooraf hebben geformuleerd, geeft vrijwel geen enkele patiënt aan dit helemaal niet of helemaal bereikt te hebben, maar variëren de antwoorden tussen een beetje, gedeeltelijk of grotendeels. Het antwoord gedeeltelijk bereikt komt het meest voor: 40% bij doel 1, en 31,4 % bij doel 2. De training is door alle patiënten als zinvol ervaren, waarbij algemene factoren als prettige sfeer, het delen van dezelfde problemen en het uitwisselen van informatie en tips vaak zijn benoemd.

Discussie: Er heeft geen follow-up meting plaatsgevonden. Daardoor kon niet worden vastgesteld of eenmaal geleerde vaardigheden ook in de toekomst kunnen worden toegepast. Aangeraden wordt het onderzoek te herhalen en daarbij wel een
follow-up meting te doen.