Evaluatiestudie naar de effecten van de psychomotorische therapie module ‘Minder Boos’ op de agressie- en gedragsproblemen van kinderen met een autisme spectrum stoornis

Onderzoeker(s): G.J. Frederiks, psychomotorisch therapeut, Jeugd ggz Dimence (locaties Hardenberg & Almelo)
In kader van Opleiding: Master Psychomotorische therapie
Duur: sept 2012 - nov 2014
Status: Afgerond
Informatie: Nienke Frederiks, n.frederiks@jeugdggz.com

Abstract

Deze studie betreft een evaluatiestudie naar de mogelijke effecten van deelname aan de psychomotorische therapie (PMT) module ‘Minder Boos’. Deze module betreft een vaststaand programma voor kinderen en jongeren van 8 tot 18 jaar met een
autisme spectrum stoornis (ASS) die problemen hebben in het reguleren van hun agressie. Aan dit onderzoek namen elf proefpersonen deel. De module bestond uit tien therapiesessies, huiswerkopdrachten, overdrachtsgesprekken naar ouders en een evaluatiegesprek. Er is onderzocht of deelname aan deze therapiemodule zorgde voor een afname van de agressie en de gedragsproblemen bij de proefpersonen. Tevens werd gekeken naar de afname van affectieve en sociale problemen als positieve neveneffecten. De gemeten resultaten zijn vergeleken met normgroepen. Hiervoor zijn als meetinstrumenten de Health of the Nation Outcome Scales for Children and Adolescents (HoNOSCA) en de Child Behavior Checklist (CBCL) gebruikt. De proefpersonen hebben ook een Visueel Analoge Schaal (VAS) ingevuld bij start en afronding van elke therapiesessie over de door hen beleefde boosheid. Het onderzoek heeft een daling van de gemeten agressie, gedragsproblemen en de affectieve en sociale problemen laten zien. Er bleek een significante afname op lange termijn te zijn voor zowel de subschaal gedragsproblemen als de subschaal sociale problemen gemeten met de HoNOSCA vragenlijst. Tevens bleek er een significante afname van de affectieve problemen op de korte termijn, gemeten met de CBCL. De klinische relevantie is significant verminderd voor alle onderzochte probleemgebieden op de lange termijn en tevens voor de affectieve problemen op de korte termijn. De beleefde boosheid op de VAS nam af, deze afname was echter niet significant. De VAS na afloop van de PMT-sessie gaf inzicht in de gemiddelde ervaren boosheid per therapiesessie en kon zodoende gelinkt worden aan het behandelde thema. Ondanks dat er sprake was van een beperkt aantal proefpersonen en het ontbreken van een controlegroep, blijkt de interventie positieve resultaten op te leveren.