Cliënt met ASS aan het woord, achtergronden over het tot uitvoer brengen van voorgenomen gedrag en adviezen voor behandelaars

Onderzoeker: Mw. J.B. Klos-Veldman, senior psychiatrisch verpleegkundige
In kader van: Post-HBO-opleiding Autismespecialist, Rino Groep, Utrecht
Samenwerking: Mw. Drs. L.M. Kronenberg, MANP Opleider VS GGZ, Dimence, Mw. A. Bal, begeleider RINO-opleiding, Mw. Drs. C.H. Schuurman, hoofdopleider Post-HBO Autismespecialist  RINO opleiding
Duur: Oktober 2013 - April 2014
Status: sept 2014 afgerond
Informatie: Joyce Klos-Veldman, jklosveldman@gmail.com

Abstract

Doel: Op basis van kennis en ervaringen van cliënten komen tot adviezen en aanbevelingen om de begeleiding en behandeling binnen team ontwikkelingsstoornissen beter af te stemmen op de cliënten met autisme. Om hen te helpen voorgenomen gedrag tot uitvoer te laten komen, zodat zij in beweging komen en meer actief zullen zijn.

Methode: Een kwalitatief onderzoek middels semigestructureerde diepte-interviews bij tien volwassen mensen met een autisme spectrum stoornis (ASS).

Resultaten: Cliënten zijn niet in staat om te voldoen aan allerlei fundamentele basisbehoeften. De kern van het feit dat cliënten veelal niet tot uitvoer komen van eigen voorgenomen gedrag, is dat men niet in staat is gebleken om de activiteiten behorende bij de fase dromen (wens), durven (route), doen (gaan) tot uitvoer te brengen. Daarbij komt dat de hulpverlening veelal niet aansluit op de fase waarin de individuele cliënt zich op dat moment bevindt.

Conclusies, discussie en aanbevelingen: De belangrijkste conclusie is dat de begeleiding en/of behandeling binnen team O beter aangesloten dient te worden bij de fases van gedragsverandering waarin het individu zich bevindt. Om een goed beeld van de individuele cliënt te verkrijgen zal men moeten durven doorvragen. In de eerste fase betekent dit  met name in dialoog nieuwsgierig blijven en aansluiten bij hetgeen  de cliënt vertelt, zonder dat al helder is welke richting opgegaan wordt. Tevens is er sturing nodig om ontbrekende gegevens te achterhalen, om zo een compleet beeld te krijgen van de mens en zijn wensen en voorgenomen gedrag. Soms is er ondersteuning nodig bij het inzicht krijgen van de noodzaak om te veranderen. In de tweede fase is de ondersteuning gericht op het concretiseren van een realistisch stappenplan. In de derde fase gaat het om “klaar voor de start zijn” en het uitvoeren van voorgenomen en voorbereid gedrag, waarin ook een besluit wordt genomen om nieuw gedrag vast te houden (of niet) en hoe dit vol te houden.