Autisme en schizofrenie. Een vergelijking vanuit de fenomenologie

Onderzoeker(s): Drs. H. Nygård-Smith, klinisch psycholoog i.o.
Supervisor: mr. dr. B.B Sizoo, psychiater, hoofd Specialistisch Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen (SCOS)
In kader van: Opleiding tot klinisch psycholoog
Samenwerking: S. De Haan, AMC Amsterdam, L. Postmes, Rivierduinen Leiden, Subsidie verkregen van SCOS en PPO-researchfonds
Duur: jan 2012 – dec 2014
Status: Afronding artikel
Informatie: Harmke Nygård-Smith, h.nygard@dimence.nl

Abstract

In de klinische praktijk wordt men regelmatig geconfronteerd met complexe vraagstukken rondom de diagnostiek van autisme en schizofrenie; op diverse terreinen is de overlap tussen beide stoornissen groot gebleken en het instrumentarium om verfijnde differentiaaldiagnostiek uit te voeren ontbreekt vooralsnog. Huidige studie is uitgevoerd vanuit fenomenologisch perspectief; het onderzoek heeft zich gericht op de overeenkomsten en verschillen tussen autisme en schizofrenie met betrekking tot de beleving van het zelf. Het betrekken van de zelfbeleving is een relatief nieuweinvalshoek binnen diagnostisch onderzoek. Twee onderzoeksgroepen namen deel, respectievelijk bestaande uit vier patiënten met schizofrenie en vier patiënten met autisme. De groepen zijn paarsgewijs gematched. Alle deelnemers werden geïnterviewd met de EASE (Examination of Anomalous Self-Experience). Dit in Nederland nog onbekende instrument wordt gebruikt om verschillende aspecten van de beleving van het zelf mee in kaart te brengen. De 57 items van de EASE, onderverdeeld in vijf domeinen (denken en bewustzijn, zelfbewustzijn, lichaamsbeleving, transitivisme, existentiële reoriëntatie), werden gescoord op een vijf-puntsschaal voor zowel frequentie van voorkomen, als ook de ervaren lijdensdruk, zoals gerapporteerd door de deelnemers. Gezien de beperkte omvang van het onderzoek is nietparametrisch, tweezijdig getoetst met de Wilcoxon Sign Rank
Toets om de resultaten van de twee afhankelijke groepen te vergelijken per domein. Er is een significantieniveau van 0,05 gehanteerd. Op basis van de resultaten kan voorzichtig geconcludeerd worden dat er ook vanuit fenomenologisch perspectief een aanwijzing gevonden is dat er een zekere overlap bestaat tussen autisme en schizofrenie; op geen van de domeinen van de EASE worden verschillen gevonden tussen autisme en schizofrenie. De studie geeft een belangrijke aanzet tot vervolgonderzoek rondom zelfbeleving bij autisme. Een toegenomen inzicht in zelfbeleving bij autisme kan in de toekomst een bijdrage leveren aan het ontwikkelen van zowel diagnostische methoden als ook aan een beter op maat gesneden behandelaanbod.